VERTELVOORSTELLING EN TAAL

Steeds vaker lijken woorden met aparte betekenissen, welke niet in het dagelijks taalgebruik gebezigd worden, op de achtergrond te raken. Woorden die juist aan een uitbreiding van woordenschat van kinderen zouden moeten worden toegevoegd. Doel van de lesbrief is kinderen van 6 t/m 10 jaar kennis te laten maken met de themawoorden dieren en die meerdere betekenissen hebben.

Gekeken is dus naar dierenwoorden met een andere betekenis en in feite niets met het dier te maken hebben, bijv. hamsteren, mieren, ezelsoor, uilskuiken en dierenwoorden met een samenstelling van een zelfstandignaamwoord of een werkwoord, bijv. luistervink, bokkenpruik, struisvogelpolitiek.
De ene keer hebben de woorden een figuurlijke betekenis, een andere keer zijn ze een begrip, kan het de benaming van een ding zijn of is het een activiteit of gevoelsuiting.
De vertelster van "Mamma Belle en het dierenspel" heeft een aantal woorden, zoals boven omschreven, verwerkt in haar vertelvoorstelling.
In de lesbrief is onder de diverse categorieën, t.w. Huisdieren, Dieren rond de boerderij, Insecten, Dieren in het bos, Dieren in het water, Dieren uit verre landen, Vogels en Knaagdieren een verzameling van woorden gezet, betrekking hebbend op de categorie waaronder ze vallen, in de vorm van meerkeuzevragen (A,B,C).

De onderwijzer kan de kennis van de woorden testen bij de leerlingen en deze zonodig uitleggen en bespreken. Naast de 10 woorden per categorie zijn een aantal suggesties van woorden en uitdrukkingen waarin een dier voorkomt toegevoegd.
Eventueel kunnen de woorden geoefend worden door kinderen er een zin mee te laten maken of ze te verwerken in een verhaaltje, waarin de betekenis anders dan van het dier naar voren komt.
Nog leuker als de kinderen zelf woorden weten te noemen.

De lesbrief is te gebruiken voor en na de vertelvoorstelling

NB : sommige woorden van het dieren-taal-spel hebben meerdere betekenissen. In het spel wordt van één uitleg uitgegaan. Er is geen criterium gebruikt als moeilijkheidsgraad. De onderwijzer(es) kan zelf kiezen moeilijke en eenvoudiger woorden staan door elkaar in de diverse categorieën De uitleg en betekenis kunnen aan het taalniveau van de kinderen door de onderwijzer(es) aangepast worden De lesbrief dient als een leidraad De lesbrief omvat 80 meerkeuzevragen en 225 woorden en uitdrukkingen met uitleg